Nosrat Mansouri Gilani

- beeldend kunstenaar -

Over mij

Ik maak reliëfs. Deze reliëfs noem ik altaren. De altaren zijn gemaakt van blik en ijzer, dezelfde materialen waarvan men in de derde wereld speelgoed maakt. Speelgoed staat voor onschuld. Mijn altaren zijn monumenten van de onschuld.

Dankzij mijn fascinatie met de Amsterdamse School is mijn werk doorvlochten met overeenkomsten tussen mijn oosterse verleden en mijn leven in Amsterdam.

Nosrat Mansouri Gilani


Sculpturen & objekten

Monument voor de Bootvluchteling - Maquette

Tapijt - blik en ijzer - 100x100 cm

Zonder titel - blik en ijzer - 50x45 cm

Visvriendelijke aquarium, 2019, ijzer en blik, 70 cm breed Foto: Harm Smit

De brug, 2019, ijzer en blik

La douche, 2019, ijzer en blik

Zonder titel - blik en ijzer - 32x27 cm

Zonder titel - blik en ijzer - 39x39 cm

Vier kraaien - blik en ijzer

Eendjes uit Gaza - blik en ijzer

Zonder titel - blik en ijzer

Heemskerk - blik en ijzer

Mahiha - blik en ijzer

Mohere O Mahi - blik en ijzer

Zonder titel - blik en ijzer

Ben Ali Libi de goochelaar - blik en ijzer

BEN ALI LIBI

Op een lijst van artiesten, in de oorlog vermoord,
staat een naam waarvan ik nog nooit had gehoord,
dus keek ik er met verwondering naar:
Ben Ali Libi. Goochelaar.

Met een lach en een smoes en een goocheldoos
en een alibi dat-ie zorgvuldig koos,
scharrelde hij de kost bij elkaar:
Ben Ali Libi, de goochelaar.

Toen vonden de vrienden van de Weduwe Rost
dat Nederland nodig moest worden verlost
van het wereldwijd joods-bosjewistisch gevaar.
Ze bedoelden natuurlijk die goochelaar.

Wie zo dikwijls een duif of een bloem had verstopt,
kon zichzelf niet verstoppen, toen er hard werd geklopt.
Er stond al een overvalwagen klaar
voor Ben Ali Libi, de goochelaar.

In 't concentratiekamp heeft hij misschien
zijn aardigste trucs nog wel eens laten zien
met een lach en een smoes, een misleidend gebaar,
Ben Ali Libi, de goochelaar.

En altijd als ik een schreeuwer zie
met een alternatief voor de democratie,
denk ik: jouw paradijs, hoeveel ruimte is daar
voor Ben Ali Libi, de goochelaar.

Voor Ben Ali Libi, de kleine schlemiel,
hij ruste in vrede, God hebbe zijn ziel.

Willem Wilmink

Alice - blik en ijzer

Zemestan/Winter - Drieluik, ijzer - 110 x 53 cm

Horoscoop - blik en ijzer

Reigers aan de Amstel - blik en ijzer

Gebroken wiek, ijzerdraad en blik, 2017

Rooie reigers, ijzerdraad sleutels en blik, 35x25 cm, 2016

Alfabetkonijn, ijzerdraad en blik, 2016

Projecten


Voor mijn zus en alle andere zussen

Voor de revolutie van 1979 was in Iran het dragen van een stropdas normaal. Zo hadden mijn vader en mijn broers een kast vol stropdassen. Na de revolutie was het dragen van een stropdas een symbool van westers imperialisme geworden, dat geen plaats meer had in het nieuwe Islamitisch revolutionair land.

Ik was toen 8 of 9 jaar.

Mijn zus heeft met al onze overbodige stropdassen een grote, mooie deken voor mij gemaakt. Ik werd elke dag wakker met de stralen van de zon door de stropdassen in mijn ogen. Een mooi begin van de dag. Dit beeld is mij altijd bijgebleven. Dat heeft mijn zus voor mij gecreëerd.

Op een dag hoorde ik mijn zus lachend tegen mijn vader vertellen: ´ik was bij de kruidenier om de hoek. De kruidenier zei dat hij niets meer aan mij zou verkopen behalve als ik voortaan een hoofddoek zou gaan dragen.´

Mijn zus is bioloog en tijdens de revolutie en vlak daarna was ze afdelingshoofd in een grote medicijnen fabriek. Langzaam maar zeker werd het werken haar onmogelijk gemaakt. Zij is eigenlijk haar functie uit gepest. De boodschap was duidelijk. Een vrouw als leidinggevende wordt niet meer getolereerd in het nieuwe land.

In de tussentijd was de man van mijn zus ontslagen en gevangen gezet.

Zo zijn mijn zus en haar kind letterlijk op straat beland. Zij is naar ons ouderlijk huis terug gegaan. Om haar zoon te kunnen onderhouden moest mijn zus weer gaan werken.

Het dragen van een hoofddoek was inmiddels verplicht. De regering had een paar richtlijnen vast gesteld. Het was een soort uniform met bepaalde kleuren die vrouwen verplicht moesten dragen. En natuurlijk een hoofddoek. Een vierkant stuk stof dat zwart moest zijn of één van de donkere kleuren die waren toegestaan.

De vrouwen ontdekten snel wat en waar de grenzen waren. Een kleine bloem op de onderste hoek van de hoofddoek borduren. Dat kon en deden steeds meer vrouwen. Mijn zus had een nieuwe baan. Bloemen borduren op hoofddoeken.

Mijn zus had voor de revolutie van 1978 in de gevangenis gezeten. Toen ze vrij kwam had ze een paar kleine bloempjes meegenomen. Als kind vond ik ze hartstikke mooi. Toen ik ouder werd kwam ik er achter wat het verhaal van die bloemen was.

De bloemen waren gemaakt van broodresten en ingekleurd met antibiotica. Die kreeg mijn zus tegen de ontstekingen die zij tijdens martelingen opliep. Kabelklappen op haar voeten, net zolang tot vlees, vel en bloed niet meer te onderscheiden waren. En daarvoor kreeg ze dan antibiotica in gekleurde papiertjes. Slaan op nog net niet genezen wonden heeft nog meer effect.

Het verhaal van mijn zus heb ik in een drieluik vorm gegeven. Ik noem het het drieluik van het lijden van de vrouw in Iran.


  1. Een martelbed bezaaid met bloemen gemaakt van brood deeg. (Zie boven)
  2. Een hoofddoek gemaakt van stropdassen.
  3. En een installatie, waar je langs moet gaan terwijl je de hoofddoeken die in een rij achter elkaar hangen aanraakt. Deze handeling heeft iets weg van gebedsmolens in Tibet. Aan de onderste hoeken van de hoofddoeken hangen kleine belletjes. De hoofddoeken hebben we in Iran verzameld. Gewoon vrouwen gevraagd een hoofddoek af te staan. Een ritueel voor mijn zus. Voor die mooie stropdassenochtenden.


Altaar voor de bootvluchtelingen - hout en papier - 3,5 m x 2 ,4 meter

Meer info over dit project vindt u hier.


Gevelstenen redden die nooit hebben bestaan.

Sint Lucien Steeg; In de muur van Sint Luciensteeg in Amsterdam zijn tientalen gevelstenen gemetseld. Deze gevelstenen zijn gered na de verbouwingen van de afgelopen 200 jaar in Amsterdam. Zonder de redding van deze gevelstenen was dit project niet ontstaan.

Migratie; Ik vind dat de migratie zelf altijd vooruit loopt op wat wij allemaal rondom migratie bedenken. Dit project loopt ook dus een paar stappen achter de migratie aan. Dat is in ieder geval zeer gerust stellend. Het komt erop neer dat wij gevelstenen gaan redden die zelfs nooit hebben bestaan.

Ik; Ik woon sinds 1991 in Amsterdam. Ik ben een vluchteling uit Iran. Hier een nieuw leven opbouwen was niet makkelijk. Je moet manieren vinden om je hier thuis te kunnen voelen. Zoals de Surinamers zeggen, “je huis moet je niet bijten”.

We; We hadden allemaal onze redenen om hierheen te komen. Of we van plan waren om te komen of niet te komen, te blijven of niet te blijven, we zijn nu eenmaal hier en we doen wat we doen.

Gevelstenen ; Gevelstenen horen bij Amsterdam. Gemetseld in de muren vertellen ze verhalen van de gewone man die ooit in Amsterdam leefde. Ze vertellen verhalen van mensen die wilden laten weten dat ze er zijn.

Samen met pottenbakker Tom Bakkers hebben we met 4 (migranten)families uit Bos en Lommer 4 gevelstenen gemaakt.

Adelaar

Hij heeft een supermarkt en een restaurant. Beide zaken heeft hij Sera genoemd. Sera is een plek waar het voedsel nooit op raakt. Daarom deelt hij veel met mensen. Omdat hij gelooft dat als hij deelt met anderen niets zal opraken.

Delen heeft hij van de natuur geleerd.

“Ik was met mijn vader in de bergen. Een adelaar heeft een van onze pasgeboren lammetjes meegenomen. Mijn vader keek toe hoe de adelaar met het lammetje in zijn klauwen weg vloog. Ik vroeg waarom hij de adelaar niet dood schoot. mijn vader zei dat het lammetje voor de adelaar bestemd was. En voegde toe: ‘Verder, als ik hem dood schiet hebben we aan beide niks’.”

Fikret

Mais

“Er zijn daar grote maisvelden in een groengele kleur en we speelden in de velden. Maisvelden vol met mensen die hard werken, lachen en elkaar verhalen vertellen. Mais zorgt er voor dat we bij elkaar zijn en tijd voor elkaar hebben. Een symbool van het dierbare leven van vroeger.”

Hamyet

Hoed

“Met mijn Limburgse en Amerikaanse roots ben ik via allerlei omwegen in Amsterdam beland. Noem mij nieuwsgierig van aard en veel onderweg. Zo pik je overal wat op. Zoals deze hoed bijvoorbeeld.”

Eugene

Duif

“De duif dat ben ik zelf. De vleugels van de duif zijn mijn handen. Ik heb in de zorg gewerkt en zorg nog steeds voor anderen.”

Nanda


Duizend-en-een verhalen

Een samenwerking van jongeren uit Nederlandse azc's, scholieren, het Groninger Museum, Stedelijk Museum Zwolle en het Bonnefanten Museum.

Twee jaar geleden werd ik door iemand getipt om het boek ‘Het museum van de onschuld’ van Orhan Pamuk te lezen. Na het lezen van het boek liet het mij niet meer los. In dit prachtig geschreven verhaal versmelten twee werelden die soms pal tegenover elkaar staan, die van het oosten en die van het Westen. Ik opende de Facebook-pagina ‘Iedereen een eigen museum’. Op die pagina vroeg ik mensen om persoonlijke objecten en onderwerpen met een verhaal daarachter te delen. Het digitale museum was een feit.

Door mijn Iraanse culturele achtergrond ben ik altijd geïnteresseerd geweest in associatief werken en denken. Een mooi voorbeeld uit Perzië is: ‘Duizend-en-een nacht’, waarin al associërend een verhaal in een verhaal, in een verhaal wordt verteld, zodat duizend-en-een nacht samenvallen in een eindeloze reeks verhalen die als een enkele nacht voorbij gaan (het nederlandse ‘droste effect’).

Associatief denken kan vaak alleen herkend worden nadat het iets teweeg heeft gebracht. Het beginpunt kun je bepalen, maar het einde is onbekend. Zo zijn we het project ‘iedereen een eigen museum’ ingegaan. En zo is deze methodiek ons kleine verhaal in een haast eindeloze reeks van duizend-en-een. Het eind blijft ongewis.


Een korte film over mij van Rens Oomens i.s.m. Stichting De Werkelijkheid. Copyright © 't Aambeeld

Naar boven